|
Vernauwing van de halsslagader voorkomen |
|
Het herstel na
operaties die vernauwingen van de halsslagader repareren gaat niet altijd
voorspoedig. Promovendus Gert Jan de Borst onderzocht de effectiviteit van drie
soorten bloedverdunnende medicijnen die na zo’n operatie de kans op een beroerte
moeten verkleinen.
In een klein onderzoek met honderd patiënten kon hij echter geen verschil
aantonen tussen de drie middelen. De Borst vergeleek ook twee andere ingrepen.
Als een vernauwde halsslagader na een operatie opnieuw dichtslibt is een nieuwe
ingreep nodig. Vaatchirurgen kunnen dan kiezen tussen een nieuwe operatie of het
plaatsen van een stent, een soort kippengaasrolletje dat het bloedvat openhoudt.
Beide technieken zijn veilig, concludeert De Borst. Maar na het plaatsen van een
stent is de kans groter dat het vat weer dicht gaat zitten.
Het meten van een vernauwing ná het plaatsen van een stent blijkt echter niet
eenvoudig te zijn. Via een echo wordt de bloedstroomsnelheid door een vat
gemeten, een versnelling duidt op een vernauwing. Na het plaatsen van een stent
kan door stugheid van de stent zelf echter een hogere bloedstroomsnelheid
optreden, daar door ontstaat onterecht de indruk van een vernauwing. In varkens
met gezonde bloedvaten bleek alleen al de aanwezigheid van de stent
stroomsnelheidsveranderingen te veroorzaken. Bovendien bleek dat de mate van
verandering afhankelijk was van het type stent.
De Borst promoveerde op 31 augustus aan de Universiteit Utrecht. (Bron:umcutrecht.nl) |