|
Hieronder vindt u in chronologische volgorde de belangrijkste
ontwikkelingen en uitvindingen op het gebied van de angiografie.
Het eerste gedocumenteerde angiografieonderzoek dateert van 26 juni
1926.
In dat jaar is door de Portugese neurochirurg Egaz Moniz
(1874-1955) de eerste
angiografie verricht op een mens, het betrof een angiogram van het hoofd
van een levende patiënt.
Moniz injecteerde een jodiumhoudende vloeistof rechtstreeks in de
carotis (halsslagader) van de patiënt.
In 1934 vond de Nederlandse radioloog Prof. Dr. Bernard.G. Ziedses des
Plantes (1902-1993)
de subtractie techniek uit, deze techniek wordt tot op heden toegepast bij
het vervaardigen van een angiografie.
Het komt er op neer dat hinderlijke, voor het angiogram niet
interessante objecten, voornamelijk botweefsel niet op het eindresultaat
zichtbaar zijn.
In 1953 ontwikkelde de Zweedse radioloog Dr. Sven Ivar Seldinger
(1921-1999) een techniek om bloedvaten aan te prikken, de
Seldingertechniek.
Tot op de dag van vandaag is het de meest toegepaste methode om
bloedvaten aan te prikken. Dit geldt voor meerdere medische specialismen.
In de navolgende jaren werden er behalve het afbeelden van de
bloedvaten ook methoden ontwikkeld om via het bloedvat ingrepen te
verrichten. Dit noemen we "percutane transluminale angioplastiek", ofwel
PTA.
In 1964 ontdekte de Amerikaanse radioloog Dr. Charles T. Dotter
(1920-1985) een
manier om vernauwingen in bloedvaten op te heffen, de zogenaamde
"Dottermethode".
Tot 1977 werden deze ingrepen gedaan onder algehele narcose op een
operatiekamer.
In 1977 is in San Francisco de eerste dotterbehandeling zonder narcose
uitgevoerd op een katheterisatiekamer m.b.v. röntgendoorlichting.
Tot op heden is dit de manier van werken tijdens een angiografie of een
PTA, een enkele uitzondering daar gelaten.
In de jaren hierna werden er katheters ontwikkeld met speciaal gevormde
bochten, om zo op een "eenvoudige" manier selectief bloedvaten aan te
haken.
De ontwikkeling heeft sinds die tijd niet stilgestaan, nu worden
bloedvaten van binnenuit behandeld (PTA).
Denk hierbij aan het dotteren, maar ook worden via deze weg stents in
de bloedvaten geplaatst, en embolisaties uitgevoerd.
Ook is het mogelijk om zonder operatie vaatkalk (plaque) te verwijderen, er
wordt een katheter ter plaatse gebracht welke als een soort stofzuiger
werkt. De vaatkalk wordt als het ware losgewoeld en opgezogen door de
katheter.
Stents zijn ronde gaaswerkjes die ter plaatse van de vernauwing (stenose)
worden gebracht, hier worden ze ontplooit.
Het ontplooien gaat of uit zich zelf of door middel van een ballon. De
stent zet zich tegen de wand van het bloedvat en drukt de vernauwing weg.
Embolisatie is een techniek om bloedingen te stoppen, men sluit een
aneurysma of bloedvat volledig af, zodat de doorbloeding of bloeding
stopt. Op dit moment is het gebruik van de MRI scanner steeds meer in
opkomst. Bloedvatonderzoek kan op een MRI scanner eenvoudig worden
verrricht, het onderzoek wordt dan MRA genoemd.
Er worden geen katheters meer gebruikt, en er wordt intraveneus
contrastmiddel via de arm ingebracht. Het onderzoek is voor de patient
minder invasief, en de patient is meteen na het onderzoek mobiel. Echter
om een PTA uit te voeren is onderzoek m.b.v. MRI (nog) niet geschikt. |